De meeste van de 1.593 krijgsgevangenen die op de begraafplaats Herleshausen begraven liggen, zijn gestorven aan tuberculose in het nabijgelegen Stalag IX B. I.v.m. besmettingsgevaar voor de omgeving werden tbc-patiënten ondergebracht in speciale quarantaine kampen.
Stalag IX B werd vanaf december 1942 gebruikt als lazaret, speciaal voor Sovjet-Russische soldaten besmet met de tering. Aan de achterzijde van de begraafplaats eindigt het zogenaamde “Russenpfad”. Een bospad van waar de gevangen hun dode kameraden van het kamp, naar de laatste rustplaats gedragen hebben. De krijgsgevangenen van IX B werden voorheen als arbeiders in de bouw van de snelweg Hersfeld-Berlijn is ingezet. De gevangenen van het Stalag kamp werden op Paaszondag 1945 (1 mei) bevrijd door de Amerikaanse troepen, en konden beginnen aan de lange weg naar het moederland.



















