Home
Het Treurende Ouderpaar
Het Treurende Ouderpaar
Kunst kan diep ontroeren en een onuitwisbare indruk achterlaten. Zo ook ‘Het treurende ouderpaar’ van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz. De beelden staan opgesteld vóór het graf van soldaat Peter Kollwitz. Peter, de zoon van Käthe, trekt op zeventienjarige leeftijd als vrijwilliger de Eerste Wereldoorlog in. Maar de oorlog is voor Peter van korte duur, op 23 oktober 1914 sneuvelt hij in de buurt van Diksmuide in België.
Hierna wordt de ellende en het onrecht dat oorlog veroorzaakt het belangrijkste thema in Käthe’s werk.
Käthe: ‘er is een wond in ons leven gekomen
die nooit zal helen, en ook niet mag helen.’
Zij is verbijsterd over de zinloze vernietiging van honderdduizenden jonge mensen, maar is bang om haar zoon te verraden als ze zich totaal tegen de oorlog keert. Als zij de opoffering van de jongen zinloos zou verklaren zou zij immers ook zijn leven zinloos verklaren. Haar innerlijke strijd over dit probleem is een door lopende rode draad in haar leven. Als een antwoord op de heroïsche standbeelden, “altaren des vaderlands” maakt zij voor het graf van haar zoon een rouwende vader- en moederfiguur, niks glorie niks jubeldood.
De beeldengroep ‘Het treurende ouderpaar’ in Vladslo is uitgegroeid tot een universeel protest tegen oorlog en de zinloosheid ervan, net zoals de Duitse militaire begraafplaats zelf.Het duurt tot 1932 voordat de vorm is gevonden en voltooid. Een vader en moeder op hun knieën, vergiffenis vragend aan hun zoon, omdat zij er niet in zijn geslaagd de waanzin van de oorlog te verhinderen, de waanzin die hem het leven heeft gekost.
De beeldengroep Het Treurende Ouderpaar is van een overrompelende schoonheid. Op zich hebben de twee beelden weinig details. De kracht zit hem dan ook in de eenvoud.De vader, met zijn opgetrokken schouders, straalt een groot leed uit. De man is bevangen door emotie en zichtbaar bang om zich volledig te laten gaan. Alsof hij weet dat hem dan een complete zenuwinzinking wacht. Hij zoekt bescherming in de armen die hij krampachtig om zich heen heeft geslagen. Zijn verdriet wordt nog benadrukt door zijn ingevallen wangen en zijn niets ziende blik. De vader kijkt neer op de vele duizenden graven, waaronder dat van zijn zoon Peter in het onmiddelijk bereik van zijn ogen.
Rechts knielt de moeder, Käthe Kollwitz zelf. Ze is voorovergebogen, haar ogen kijken naar de grond. Ze heeft haar armen gekruist voor haar borst. Met de rechterhand de wijde mantel dicht tegen haar wang aandrukkend. Eén en al innigheid, verdriet en liefde. Ook zij is een instorting nabij.
De beeldengroep Het Treurende Ouderpaar
is van een overrompelende schoonheid.

De beide beelden geven op treffende wijze uitdrukking aan het leed dat ouders treft als hun kind om het leven komt. Dit leed kent geen grenzen en kent geen vriend of vijand. Opvallend is dat de uitgebeitelde man en vrouw het verdriet ieder op hun eigen wijze verwerken. Ze geven elkaar geen wederzijdse steun en alhoewel de beelden onverbrekelijk tot elkaar horen zijn het toch opzichzelfstaande sculpturen. Ze vullen elkaar aan.
Wanneer je de buurt komt van het plaatsje Vladslo, bezoek dan op de begraafplaats deze beeldengroep. Achteraan op het kerkhof in ‘het Praetbos’ te Vladslo (bij Diksmuidse) zitten de twee geknielde figuren op een sokkel. Het militair kerkhof is dagelijks toegankelijk.
GPS N051 04.243 E002 55.826
| Willem Vermandere - Vladslo lied Vlaamse versie |
Willem Vermandere - Vladslo song Engelse vertaling |
|
| In ‘t Praetbos buiten Vladslo, van God en mens verlaten, ligt de jonge Peter Kollwitz, in een massagraf van soldaten en ik ken geen vrediger wereld, van roerlozer bomen, geen schoner kathedrale, om te bidden en om te dromen. Je mag er ook nootjes rapen, of stilletjes mediteren, als z’op uw rechterkake slaan moe’j de linker ook presenteren, daar komen soms kinders spelen en geliefden heel teder vrijen, want ‘t mos is daar zo zacht, om te slapen en om te schreien. Schaam je maar niet om je tranen, je mag daar ook nereknielen, en prevel de dode namen van de dertigduizend zielen, ze kwamen uit Duitsland de moeders en de vaders in grote getallen, om zwijgend ‘t hoofd te schudden, ‘ach mein Kind ist hier gefallen.’ Voor al dat nutteloos sterven, al dat afgeknakt jong leven, waar is die God van den hemel, die ons hier vrede kan geven, waar zijn nu de dwaze officieren, al die leugens zo lelijk gelogen, niets dan versteende vaders en moeders diepe gebogen. In ‘t Praetbos buiten Vladslo, op dat massagraf van soldaten, staan nu Käthe Kollwitz’s beelden, van God en mens verlaten en ik ken geen heviger wereld, geen menselijker bede, dan die twee donkere stenen, die zo diepe schreien om vrede. |
In the 'Praetbos' near Vladslo, forsaken by God and men, lies young Peter Kollwitz, in a war cemetery of soldiers, and I know of no quieter world, of no trees that are so still, of no more beutiful cathedral, where to pray and to dream. You may also pluck nuts there, you feel like on your night chairs, if you tweak my right cheek, so shall I present you my left. There come children playing, and young couples making love, for the musk there is a soft carpet, to sleep on, and to cry of pleasure. But be not ashamed to weep, you may also kneel down, to look at the dead names, of those thirty thousand souls. In great number came their mothers, and their fathers from Germany, to shake their heads in silence, 'Ach, mein Kind ist hier gefallen'. For all this unneeded death, for all these broken young lives, where is then good God in Heaven, who can give us peace? Where are the mad officers, with their hideous lies? There’s nothing but petrified fathers, and deep bowed mothers mourning. In the 'Praetbos' near Vladslo, in the war cemetery of soldiers, stand now Käthe Kollwitz’s images, forsaken by God and men. And I know of no crueller world, of no more human prayer, than those two black stones, that cry peace so loud. |





